Berichten

Een beetje primair


Een tijdje geleden schreef ik voor het Algemeen Dagblad een artikel over de trends van 2018 (klik). Ik schreef daarin onder andere dat primaire kleuren in je interieur niet (meer) mogen, tenzij je een basisschool hebt of wil beginnen. Waarop een vriendin opmerkte: “Je staat op die foto’s in dat artikel naast een gele prullenbak. Is dat geen primaire kleur dan?”

“Die slag is u.” zeggen wij dan thuis. 


Gelukkig was dit geen belediging. Integendeel. Want toen later die primaire kleuren opnieuw ter sprake kwamen, zei ze: “Jij doet juist veel gave dingen met primaire kleuren, valt me op. Ik herken er zelfs je stijl aan.” Ik keek om me heen en nou ja, ze had natuurlijk gelijk. Ik woon niet in een basisschool. We lopen hier niet op een oranje vinyl vloer (vloeren die ook nog eens die onmiskenbare lucht uitwasemen die ik direct associeer met mijn basisschooltijd). Maar er zijn de laatste tijd wel heel veel primaire kleuren ons huis in geslopen.

Het is dus maar goed dat ik geen Li Edelkoort heet (al zijn haar voorspellingen soms zo vaag als de gemiddelde horoscoop: er komt allicht altijd wel íets van uit. Of is dat vloeken in de kerk?), want dan was ik nu stante pede van mijn voetstukje getrokken door een woedende meute krantlezers slash interieurfanaten.


Het zijn trouwens niet alleen primaire kleuren waar ik naar terugkeer, het zijn vooral ook vaak gesatureerde kleuren. Blijkbaar ben ik toe aan meer contrast in mijn leven. Ik zou er mijn horoscoop eens op moeten naslaan.

About the fact that I’m turning more and more to saturated colours instead of pastels for my interior.

Ver voor de lente komt, dan zijn er al tulpen uit Amsterdam


Tulpen zijn een beetje de pepernoten onder de bloemen geworden. Ze lijken steeds vroeger bij de bloemist verkrijgbaar te zijn. Maar werden er niet pas tulpen uit Amsterdam verstuurd als de lente kwam? Tulpen in januari schept precedenten. Liggen er tulpen? Dan wil ik ook lente. Alhoewel…het was best angstaanjagend warm vorige week. En dat is dan toch ook weer niet oké.


Tulpen zijn misschien niet zo spannend, misschien zelfs een beetje cliché, maar ze zijn zo Hollands dat ik altijd een zwakke plek voor ze zal hebben. Tulpen zijn altijd goed. Ze zijn een beetje zoals een koekje bij de koffie. Geen chique gebakje, maar gewoon een doodgewoon koekje. Maar toch maken ze een kop koffie lekkerder. Of ben ik de enige die dit soort vergelijkingen maakt? (Laat maar, ik weet het antwoord al.) En wat ik ook zo leuk vind: ze gaan zo mooi hangen als ze niet met hun voeten in het water staan. Als ze dan een beetje beginnen te verwelken, hun knoppen een beetje glazig worden…dan zijn ze op hun mooist. In een simpele vaas lijkt een stilleven met hangende tulpen zo uit een schilderij van een oude Hollandse meester weggelopen te zijn.


In het verlengde daarvan besloot ik oude tijden weer te laten herleven. Niet alleen die van de oude meesters, maar ook de tijden waarin ik samen met Anne deze fantastische, pikzwarte sets fotografeerde. Ik hou stiekem enorm van het fotograferen van donkere sets. Voorwerpen gaan zo prachtig glanzen tegen al dat zwart en zo ook deze tulpen. Diep in mij schuilt er toch een soort Morticia Addams. Alhoewel tulpen dan weer veel te frivool voor haar zouden zijn. Laat staan de belofte van een prachtige, zonovergoten lentedag.


Ik maakte deze blogpost in samenwerking met Mooiwatbloemendoen.nl.

Although tulips are already available at every florist in the Netherlands, Spring still seems further away than ever. Okay, it was disturbingly warm last week but let’s be honest, that kind of warmth in February doesn’t feel right either, does it? I photographed these tulips for the Dutch flower council and chose to style them in a dark setting for a change. A bit for old times sake, for one year ago I shot this Addams Family set together with Anne which I really loved to do. 

Curiouser and curiouser!


Curiosa ~ zelfst.naamw.
Uitspraak: [kyri’joza]
Wonderlijke voorwerpen die iemand de moeite waard vindt om te bewaren.

Ik ben er gek op. Op het woord ‘wonderlijk’, maar ook op wonderlijke voorwerpen. En op de wonderlijke ontmoetingen die ik regelmatig heb tijdens het zoeken naar wonderlijke voorwerpen.

Over dat laatste zou ik een boek kunnen schrijven. Over Marktplaatsontmoetingen (de man die ons een commode verkocht en ons een uitrijkaart van de parkeergarage van zijn werk gaf zodat we gratis in de stad konden parkeren. Ik was zwanger en zijn dochter had net een tweeling gehad. Ik stel me zo voor dat roze wolken ver te zoeken zijn als je net een tweeling hebt gekregen, maar opa zat er zéker op) en kringloopgesprekken (zoals die keer dat ik Jet bij de kassa optilde en de dame achter de kassa zei: “Wat haal jij daar nu voor een leukerd tevoorschijn?”). Én over de gesprekken die ik (vrijwillig en onvrijwillig) opving in de kringloop.

Zo weet ik dat er mensen zijn die het concept ‘cholesterol’ een verzinsel van de overheid vinden. En dat er iemand achter de kassa van een kringloop werkt die vloeiend Zweeds spreekt (daar kom ik zo op terug). En dat vooral de bezoekers van de kringloop een soort perfecte mini-samenleving vormen. Oud en jong, al dan niet met een lekker kleurtje (zoals mijn schoonzus altijd zo prachtig zegt), rijk(er) en arm(er), ietsisten, gelovigen of ongelovigen…ze vormen een hoopvolle mengelmoes tussen al die oude rotzooi. Het bewijst maar weer eens hoe goed schatgraven voor een mens is.

Of misschien maak ik dat ervan hoor, ik drijf immers zelf op een roze wolk als ik in de kringloop ben.


Ik hoef dus niet eens per se met zooi thuis te komen, een goede anekdote is ook goed. Zo bezocht ik een kringloop waar ik het wonderlijke glazen vogeltje vond. Bij het afrekenen dacht ik gepast te kunnen betalen, maar bleek 50 cent tekort te komen. Waarna zich het volgende gesprek ontvouwde:

Verkoper: “Nee, het is 1 euro, geen 50 cent.”
Ik: “Oh, duh. Ik let niet op. Ik heb nog wél Zweedse Kronen in mijn portefeuille, accepteer je die toevallig?” *knipoog*
Verkoper: “Ach, Zweden. Mooi land is dat.”
Ik: “Ja, ik ben er gek op. Het is er zo prachtig. Ik ga er graag heen.”
Verkoper: “(…)”
Ik: “Jaaaa…?” *schaapachtige lach..*
Verkoper: “…maar je spreekt dus geen Zweeds.”

Deze verkoper sprak gewoon Zweeds. En ging er blijkbaar vanuit dat iedere gemiddelde toerist met een liefde voor Zweden dit ook doet. Zijn verraste blik ook, dat ik geen jota bleek te begrijpen van wat hij zei. Of zou het een hele onlogische versierpoging zijn geweest, dat kan natuurlijk ook. Zag hij ons al naar een goudomrande Zweedse horizon huppelen. Het zal wel niet, want ik spreek geen Zweeds.

Maar het was hoe dan ook hilarisch. Verwarrend, maar hilarisch.

Meuk is dus geluk. In de vorm van een zeegezicht, in een glazen puddingvorm met anker of een vreemde vogel. Al dan niet één die in de kringloop werkt en vloeiend Zweeds spreekt.

Curious ~ adjective
[kyoo r-ee-uh s]
Inexplicable or highly unusual, odd, strange.

Marktplaats (our Dutch Craigslist) and thriftshops are not just a great source for curious objects, they are also the place where I had the most curious encounters and conversations in my life. Better yet: a good story to come home with is as rewarding as a great second hand find. I could write a book about my Marktplaats transactions (about the man who sold us an old dresser when I was pregnant with Jet. He allowed us to park free on his compagny’s car park so we didn’t have to walk long for lunch afterwards. His daughter just had twins and allthough I don’t think one is on cloud 9 when she just had twins, the granddad certainly was) and thriftshop encounters (the Dutch salesclerk that appeared to speak fluently Swedish or the conversation I overheard two people claiming that cholesterol is a government conspiracy).

Junk is happiness and an endless source of inspiration to me. Whether it comes in the shape of an old painting, a glass pudding mould, a weird glass bird or all of a sudden being spoken to in Swedish and having no clue what someone’s telling you. Or having to rethink the whole concept of cholesterol, for that matter. ;-D

Moonrise Kingdom


Vroegâh, toen ik nog klein en schattig was (inmiddels ben ik geen van beide meer, haha), hadden mijn broer en ik een speelwigwam. Een exemplaar uitgevoerd in hysterisch oranje en met een print volledig in strijd met artikel 1 van onze grondwet, want heel erg stigmatiserend wat betreft indianen versus cowboys. Alsof er bij Wounded Knee niet al genoeg ellende was aangericht, zullen we maar zeggen. 

Naast die afbeeldingen heb ik nog meer herinneringen aan die tent: hoe hij een instant knus gevoel gaf als je erin speelde. Hoe gemakkelijk hij ook omviel. En hoe warm het erin werd als je er in de zomer in speelde. Kamperen vind ik vreselijk (iedereen die zijn vrije tijd vrijwillig in een tent door wil brengen heeft mijn diepe respect), maar de aantrekkingskracht van zo’n speeltentje begrijp ik helemaal. Je zou als volwassene soms zelf nog een speeltent willen hebben. Als een soort stoffen, mobiele happy place. Maar goed, dat heeft weer een hoop praktische bezwaren. Tenzij je van kamperen houdt, natuurlijk.


Een speeltentje stond dus hoog op mijn verlanglijstje voor Jet. Dat is zo leuk als je kindje nog klein is: dat je er nog verlanglijstjes voor kan hebben. En bovenal: dat dat verlanglijstje nog niet ter discussie staat. Ik geniet daar nog maar even van, want de dag dat er discussies gevoerd moeten worden over foute vriendjes breekt waarschijnlijk een stuk sneller aan dan ik me nu voorstellen kan.

Jet vindt dit door MisterDesign gesponsorde tentje van Ferm Living gewéldig. Of beter nog: een geweldige opslag voor al haar Nijntjes en de rest van de inboedel van haar slaapkamer. Zo is ze voor de foto’s vooral bezig geweest om er de inhoud van haar kasten en Nijntjehuis naartoe te verplaatsen. Waarbij ik weer blij was dat ik niet geboren ben als knuffel-Nijntje, want dat ging er allemaal niet bepaald zachtzinnig aan toe.


Iedere keer als Jet in haar tentje zit, nodigt ze me heel genereus uit om ook in haar tent te komen spelen. Om er vervolgens zelf naast te gaan zitten, want ik vul dat hele ding uit, dat snap je. Maar hoe leuk is het, om de magie van zo’n simpel speeltentje weer door de ogen van je kind te zien. Die ook nog eens lekker stevig staat en die is uitgevoerd in eenvoudig grijs-wit, zonder een door volwassen opgedrongen beeld over bepaalde bevolkingsgroepen. Dat is nog eens een happy place. Ze moesten er een volwassen uitvoering van maken, de wereld zou er een stuk van opknappen.


Short ’n sweet: about our daughter’s new Ferm Living play tent, sponsored by MisterDesign.

Bloomin’ good treats

Bloomin' good treats - Planet Fur
Bloomin' good treats - Planet Fur
Vroegâh, tijdens mijn loondienst jaren, bracht ik mijn weekenden vaak door met het kopen van dingen. Omdat ik vond dat ik dat verdiend had, na het slijten van mijn tijd op een saai kantoor. Niet dat ik me er beter door ging voelen, want na Spendeer Zaterdag volgde zondag. Waarna (dra)maandag zich onvermijdelijk opdrong. Na mijn carrièreswitch in 2012 (en daarmee het onvermijdelijk opdrogen van maandelijkse loonbetalingen), realiseerde ik me pas hoe zeer ik al die spullen niet meer hoefde te bezitten. Ze maakten me niet gelukkiger ofzo. Wat me wel gelukkig maakte, zo bleek, was het feit dat ik eigen baas over mijn eigen tijd werd. Wat ik eerder verdiende in geld, verdiende ik nu in tienvoud terug in natura. Ik kan nog steeds amper beschrijven hoe gelukkig dat me maakt.

Een ander fijn aspect aan dit feit is dat ik tegenwoordig weer echt iets te wensen heb voor mijn verjaardag. En oi, ik ben dit jaar vreselijk verwend door de lieve mensen om mij heen. Niet alleen met een verrassingsdiner, maar ook met Nanoblocks, de Donna Wilson alfabetposter en Ferm Living opbergboxen.

Mijn carrièremove zal de economie geen kick-start geven (au contraire!). Maar was al dat teveel uitgeven van geld nu juist niet het hele probleem van die economische crisis?

Back in my paid employment years, I often spent my weekends buying stuff. ‘Cause after being in a dull office for a week, I felt I deserved that. Not that it made me feel better, ‘cause after Spenderday came Sunday and than Monday was there again to ruin all that spare time spending fun. My career switch in 2012 (and the inevitable termination of monthly paychecks) made me realise that possessing all those things had never made me happy. And becoming my own boss changed one single but essential fact: what I once earned in money, I now owned in time. There are no words to convey how happy that freedom made me. And still does, ‘till this day.

Another great advantage of this whole thing is that I have a good ol’ birthday wishlist again each year. I’ve been spoiled rotten by the ones I love, not only with a real surprise dinner party, but also with cute Nanoblocks, the Donna Wilson alphabet poster and Ferm Living storage boxes. Like I said: bloomin’ good treats!

My career move won’t kick-start our economy (au contraire!). But wasn’t spending too much the cause of this whole economical breakdown in the first place?