Fifi


Ik heb er al weleens over geschreven in mijn column voor het AD: ik heb een kringloop bucketlist. Daarop staan zaken die ik Heel Graag een keer wil vinden, maar waarvan ik tevens weet dat dat waarschijnlijk nooit gaat gebeuren (al is het wel gelukt met een vintage Moomin speelhuis, lees hier maar eens).


Toen ik jaren geleden (het huis van) Martine voor het eerst bezocht, werd ik verliefd op haar huisdier Fifi. Fifi is geen kat ofzo (sowieso vind je die niet bij de kringloop), maar een hondje van keramiek dat feitelijk mooi is van lelijkheid. (Al zullen de meningen daarover verdeeld zijn.) Hoe dan ook, ik wilde sinds ik ooit die ene blik op Fifi wierp, ook een Fifi vinden. En daarom kwam ze met stip op één op mijn kringloop bucketlist te staan. Waar ze na al die jaren nog steeds stond, want Fifi’s blijken nogal schaars te zijn, in de wereld in het algemeen.


Een tijdje geleden opende Martine sinds lange tijd weer haar Instagram verkoopaccount. Alwaar ze ook afscheid nam van Fifi. Kringloop bucketlist of niet, ik ga dan niet puristisch lopen zitten te staan te doen en vasthouden aan het voornemen om zelf een Fifi te vinden. Ik had namelijk toch allang ondervonden dat dat een kansloze missie was. Dus adopteerde ik Fifi. Martine blij dat Fifi in een (zeer) liefdevol huis terecht kwam en Molly blij dat zij niet meer de enige in huis is die de hele dag met haar tong uit haar mond rondloopt. Wat overigens geweldige beeldrijm oplevert:


Eind goed, al goed.

About our new pet Fifi, a ceramic dog I adopted from my friend Martine.

Kringwinkelschatten


Afgelopen weekend vierde ik mijn verjaardag in Antwerpen met mijn Lief. We deden niet veel bijzonders, alleen al door ’t Stad lopen vind ik heerlijk. Of, in mijn geval begint het steeds meer op waggelen te lijken, maar dat mag als je bijna 30 weken zwanger bent. (Niet dat het er daar eleganter van uit gaan zien, maar ik troost me met de gedachte dat een zwanger topmodel evengoed op een stadium zal gaan waggelen. So be it.) 

Antwerpen is nog altijd één van mijn lievelingssteden. Je rijdt er in afzienbare tijd naartoe en er is zoveel te zien en te bezoeken dat je er dagen door zou kunnen brengen. De stad is aan de ene kant prachtig en aan de andere kant lelijk, het stationsgebied is vermoedelijk voor de komende 50 jaar een bouwput (allemaal zoals het een wereldstad betaamt), je kan er heerlijk eten (een doodgewoon broodje gezond in een obscuur café is al een traktatie)…en er wonen Vlamingen. Ik vind Vlamingen een verademing met hun prachtige taal en hun vriendelijke, beleefde ingetogenheid. (Waar je je als Nederlander altijd een onwijs botte schreeuwer naast voelt…wat we waarschijnlijk ook zijn, hahaha). Ik doe de Vlamingen met een dergelijke korte karakterschets uiteraard ook direct te kort, maar ik wil maar zeggen: ik zie Antwerpen graag. Geen betere plek om op je verjaardag met je Lief doorheen te waggelen dus.


Voor we de stad bezochten, maakten we een korte stop in Merksem, waar ik De Kringwinkel bezocht. Merksem ligt ten noorden van Antwerpen en daarom op de route (ik ben zeker niet roomser dan de paus, maar met omrijden zou je het principe van recycling via de kringloop weer ruimschoots compenseren met de CO2 uitstoot van je auto – stof tot nadenken). Het is trouwens helemaal niet per se zo dat ik altijd epische spullen vind bij die kringloop, maar het is gewoon fantastisch om een kringloop over de grens te bezoeken. In buitenlandse kringlopen liggen immers weer totaal andere spullen dan in Nederland. Daarbij vonden de kringloopgoden het blijkbaar tijd voor een verjaardagscadeau, want dit bezoekje wierp op z’n zachtst gezegd zijn vruchten af.


Ik vond er de blauwe kan, prachtige vintage gekleurde kerstballen van glas, het glazen vierkante – tja, wat is het eigenlijk? – prismading (zie hierboven rechts) en nog meer, zelfs. Daarbij verspreidt De Kringwinkel in België het (gratis) Kringmagazine, een sympathiek magazine dat niet alleen gaat over de sociale functie die de kringwinkels in Vlaanderen vervullen, maar ook over het belang van hergebruik, de eerste belangrijke stap in een circulaire economie (een onderwerp waar ik al eens over schreef toen ik het voormalige Tropicana in Rotterdam bezocht). Het magazine benadert het onderwerp vanuit zo’n positieve invalshoek, dat je er gewoon vrolijk van wordt. Een dergelijke positieve benadering van een wereldomspannend probleem vind ik uitermate sympathiek en hoopgevend. En dat is toch wel wat we nodig hebben, niet? Positiviteit en een beetje hoop.

“Door mee te stappen in de opgejaagde idefix van kopen en produceren, vergeten we haast dat we maar één planeet hebben.” Zomaar een zin uit het Kringmagazine. Je zou er toch bijna voor omrijden.

Last weekend I visited Antwerp and my favourite thriftshop in Merksem with my Love. About the epic loot I scored and about how much I love Antwerp and the kind people of Flanders. 

Kauniste x Molly


In maart van dit jaar was ik nota bene in Helsinki, waar ik me verheugde op een bezoek aan de winkel Kauniste in het Design District. Helaas, ze waren net die week de winkel aan het verbouwen. Ik kon niet eens smachtend naar binnen turen, zoals je weleens doet om jezelf nog meer te kwellen als je omgereden bent voor een bepaalde winkel die vervolgens dicht blijkt te zijn. Het pand was een bouwput en er was geen product uit de prachtige collectie te zien. Jammer dat het niet gelukt was, einde doei! zouden Kabouter Wesley en Kakhiel zeggen. 

Gelukkig mocht ik van het universum in de rewind, want recent benaderde Kauniste mij voor een samenwerking op dit blog. Je zou bijna gaan denken dat het voorbestemd was! Ik zei natuurlijk ‘ja’, stuurde een lijstje met mijn favoriete items uit hun webwinkel toe (dat was nogal een lang lijstje) om vervolgens bijna het complete lijstje opgestuurd te krijgen met zelfs nog excuses dat dat ene plaid uit de lijst niet meegezonden was omdat ze daar maar één sample van in huis hadden. Waarop ik me afvroeg hoe je ‘ik heb het schaamrood op mijn kaken staan’ vertaalt naar het Fins, want niet het plunderen van hun halve collectie of ordinaire hebberigheid, maar slechts een ongebreideld enthousiasme over hun merk lag ten grondslag aan dat lange lijstje. Zo zie je maar dat Babylonische spraakverwarringen ook gewoon via e-mail kunnen ontstaan, met alle (in dit geval prettige, verjaardagsgevoel oproepende) gevolgen van dien.

About this fabulous collaboration with one of my favourite Finnish brands Kauniste and a little about this photoshoot with my favourite furry model Molly (who of course didn’t want to model but just wanted to nap in her vintage doll carriage and be left alone.)


Hoe dan ook, ik en mijn favoriete, super eigengereide fotomodel togen aan het werk om al dat moois te fotograferen. Helaas wil Molly best op een lekker zacht dekentje poseren, maar niet als het op een wiebelig kussen ligt. Of als ze het niet zelf bedacht heeft. Of als dat plaid over een stoel met gaatjes gedrapeerd is, want dan moet ze steeds uitkijken dat haar (inmiddels weer) dikke prakpootjes niet door de gaatjes van de zitting zakken. Daarbij laat Molly momenteel een constant spoor, of beter gezegd een stofwolk, van kattenhaar achter op álles, dus het kwam er deze fotosessie op neer dat ik vooral bezig was om Molly te paaien om een dutje te doen op één van die prachtige Kauniste producten om daarna alles weer kattenhaarvrij te moeten maken, terwijl zij ondertussen alweer nuffig in haar poppenwagentje zat (gisterenavond vergiste ze zich en sprong ze in het poppenwagentje van Jet waarmee ze bijna een mini clash of the titans ontketende). Overigens is Molly, zoals jullie merken weer helemaal haar oude opdringerige eigenwijze zelf, na haar near death experience afgelopen zomer.


Kauniste betekent zoveel als ‘mooi maken’ in het Fins en oi, en óf hun producten je huis mooi maken. Het blauwe plaid met huisjes bijvoorbeeld, is ontworpen door één van mijn favoriete Finse ontwerpers Hanna Konola en net zo zacht, zo niet zachter dan Molly zelf. Voor de rest ben ik verliefd op het vogelkussen (vooral op die ene dikke vogel rechts die op zijn kop staat en zijn vleugels in de lucht steekt – humor!), had ik het kussen met strepen al tijden op mijn verlanglijstje staan (ook door Hanna Konola trouwens) en dan zwijg ik nog over het Mökkilä kussen (Mökkilä betekent ‘dorpje met huisjes’ – is dat een pleonasme?) dat me direct aan Scandinavië – mijn ultieme happy place – doet denken.


Kauniste lanceerde een splinternieuwe wintercollectie die je nu bewonderen – en beter nog – bestellen kan! Voor als je al dan niet op zoek bent naar zoiets zachts als Molly, maar dan zonder het gemiauw, geprak, eigenwijze gedrag of een dagelijks terugkerend rondje huis stofzuigen. Speaking of the devil: die ligt, as we speak, super fotogeniek en heel diep te slapen bovenop mijn nieuwe blauwe Kauniste plaid. Dat doet ze uiteraard wél als het haar eigen idee is.

Ik dacht: weer eens wat anders.


Er is een hele oude ijs reclame over een kantine dame die de euvele moed heeft om tijdens de lunch vlaflip te serveren in plaats van het ijs dat het bedrijf waar ze werkt produceert. Als de directeur daarop reageert met: “Vlaflip?!”, dan zegt die dame: “Ja! Ik dacht weer eens iets anders.” Waarop ze ‘gepromoveerd’ wordt tot wc-juffrouw. Nou ja, het is allemaal heel zielig en ook bijzonder grappig en ik moet steeds aan die ene zin denken als ik nu langs deze muur in de hal loop. 

De muur in de hal is echt heel erg lang mintgroen geweest, dezelfde kleur die op de muur in de kamer van Jet zit. Ik combineerde hem in 2015 met kleur van het jaar okergoud van Flexa, waarmee de hal er min of meer uit kwam te zien als een ijssalon. Ik hou van ijs (en niet eens door die bewuste reclame!), dus kwam dat even mooi uit. Na ruim twee jaar ijssalon was het echter weer eens tijd voor iets nieuws. En viel dat even goed samen met de bekendmaking van de kleur van het jaar door Flexa. Die kleur heet Heart Wood en is – laat ik daar ook eerlijk over zijn – net zo ongrijpbaar als okergoud. Het is geen roze, geen paars, geen taupe…het houdt meer het midden tussen al die kleuren.


Flexa heeft, om je te helpen visualiseren hoe een bepaalde kleur op een muur werkt, de Flexa Visualizer app ontwikkeld. De app projecteert de kleuren uit hun collectie op je beeldscherm waarmee je kunt zien wat het effect ervan zou kunnen zijn. Ik zeg ‘kunnen zijn’, want ook dit effect is weer geheel afhankelijk van de lichtomstandigheden waaronder je dit doet. Onze hal is, afhankelijk van het seizoen en het moment van de dag, donker, licht of – tijdens de zomer – extreem licht, dit geldt dus óók voor de wijze waarop de kleur op die muur uitpakt. De app kan je dus helpen, maar test ook hier op verschillende momenten van de dag. Die app maakt een verfproject hoe dan ook minder zenuwslopend en de kans op verfgeluk groter dan wanneer je maar gewoon op de bonnefooi een muur verft en kijkt hoe het uitpakt.


Maar, Heart Wood dus. Ik ben het laatste jaar ontzettend van het bordeaux/taupe/roze-achtige palet gaan houden, zéker gecombineerd met pastels en die andere liefde van mij: donkergroen. Ik wilde Heart Wood dus combineren met een groen, het liefst een hele donkere (kleurnummer M4.28.19 uit de ColourFutures 2018 collectie). Vind je het nu moeilijk om kleuren te combineren (ik vind dat ook nog altijd lastig), kijk dan eens in tijdschriften of koop een mooie kaart met een kleurencombinatie die je mooi vindt. Ik gebruikte als uitgangspunt voor het palet van onze hal een flyer die ik van het laatste Snor Festival meenam. Je kan ook beeld van internet gebruiken, hou er alleen wel rekening mee dat kleuren enorm verschillen per beeldscherm. Op de kleuren van drukwerk kun je wat gemakkelijker vertrouwen. En anders zijn er altijd nog die oude vertrouwde kleurstalen van de bouwmarkt (als je bestand bent tegen keuzestress) én heeft Flexa van een aantal kleuren uit de collectie kleurtesters (zie foto boven) ontwikkeld.


Hoeveel ik ook van mijn ijssalonnetje hield, die muur oogt prettig rustig. Ik vind het resultaat daarbij fijn anders. Dat is blijkbaar iets waar ik aan toe was, iets rustigs anders-dan-anders. Jammer alleen dat de verf tijdens het verven tussen de tape is gelopen, dus de randjes van het verfwerk zijn nu net zo scheef als het kastje dat ervoor hangt. Daar moesten ze nu ook eens iets voor bedenken (niet voor scheve kastjes, daarvoor hebben ze immers waterpassen uitgevonden die blijkbaar zoek was ten tijde van het ophangen). Die scheve randjes ga ik gewoon lekker negeren. Geluk is namelijk nooit compleet. Ook verfgeluk niet. Al komt het er wel in de buurt!

Het geheim van de mega Pilea


Er is nogal wat geschreven over de Pilea en ik kan me voorstellen dat de plant je onderhand de neus uitkomt (of dan in ieder geval straks het woord ‘pot’ omdat dat woord een triljoen keer gaat voorkomen in deze tekst). Maar omdat mensen me op Instagram nogal eens vragen hoe ik die van mij zo groot heb gekregen en ik het gevaarte tóch moest verpotten, besloot ik er eens een blogpost aan te wijden. 

Ik kreeg mijn Pilea stekje in 2014 van Nikki tijdens de Snormarkt. Het zat in een theekopje, amper twee centimeter hoog. Inmiddels zijn we drie jaar en vier bloempotten verder en is mijn Pilea – zoals ze dat zo mooi zeggen in het Engels – humongous geworden. De kluit bestaat uit drie stammen en een berg stekjes. De bladeren zijn zo groot als Jet’s handjes, die de plant overigens Pannepoekenplant noemt. (En ik daarom nu ook.)


De Pilea is een gemakkelijke plant. Maar dat komt misschien ook door de situering van ons huis: met vensterbanken op het oosten zonder luchtroosters, krijgen planten genoeg licht, maar niet zoveel dat ze ervan verbranden. Daarnaast hebben ze geen last van tocht via roosters. Het is de enige verklaring die ik heb voor het feit dat alle planten in ons huis eruit zien alsof ze aan de steroïden zijn. (Kijk maar eens naar deze Calathea die ik nog niet eens een jaar in mijn bezit heb.) Wat trouwens ook héél goed blijkt te zijn voor planten is vier weken op vakantie gaan. Bij thuiskomst waren ze stuk voor stuk gigantisch gegroeid. In de categorie: ik heb jullie ook gemist, jongens.

Maar om die reden moest ik afgelopen week de Pannepoekenplant opnieuw in een grotere pot zetten. Pilea is namelijk gemakkelijk te lezen: als de pot te klein wordt, kleurt het blad geel (je kan het goed zien op de foto’s waarin hij net in zijn nieuwe blauwe pot staat). Dat verkleuren kan trouwens ook een teken zijn van teveel licht of te weinig water, maar in mijn geval hangt het direct samen met de grootte van de pot. Dat tijdig verpotten is trouwens ook een verklaring voor het feit dat mijn Pilea zo groot heeft kunnen geworden. Als de wortels de ruimte krijgen, kan de plant weer verder groeien. Helaas groeit je huis niet mee, dus ik begin me wel af te vragen waar dit gaat eindigen met die huidige steile groeicurve.  Dikke tip: kies als je een kamerplant wil verpotten, voor een bloempot die minimaal twintig procent groter is. En: een diepe pot is beter dan een ondiepe pot. Wortels groeien graag de diepte in (voor je, zoals ik, een plant in een pot probeert te persen gewoon omdat ie zo mooi is).


Ik stond eigenlijk op het punt om een Ferm Living bloempot te kopen, toen ik bij de kringloop deze enorme blauwe Weckpan vond. Hij was niet goedkoop (€ 22,50) maar het is nog altijd goedkoper dan een nieuw exemplaar van Ferm Living. Ik vond er ook het tafeltje bij, wat geen overbodige luxe bleek gezien het feit dat deze Weckpot met inhoud meer weegt dan twee Jetties en een Molly bij elkaar.

Ik heb uiteraard ook nog snode verfplannen met het tafeltje, maar dat bewaar ik voor een andere blogpost. Het houdt me allemaal in ieder geval weer lekker een tijdje van de straat. Wat de maatschappij minder kost dan dat ik uit verveling bushokjes zou gaan slopen ofzo.