Met passen en meten wordt de meeste tijd versleten


Met passen en meten wordt de meeste tijd versleten. Dat is precies waar wij mee bezig waren in de radiostilte tussen deze blogpost en de vorige. Er gebeurde lange tijd verrassend – zo niet verontrustend – weinig in ons Rietveldhuis. Een vriendin die ik op een zaterdagmiddag het huis liet zien vroeg me bij de aanblik van Bijzonder Weinig Tot Geen Bouwactiviteit : “Maar….wordt er hier dan doordeweeks wél heel hard gewerkt?”. Nou nee dus. 



Er moest namelijk, boven alles, een vergunning aangevraagd worden om het pand überhaupt te mogen verbouwen. Toen die er was moesten er werkzaamheden ingepland worden. Offertes opgevraagd. 10.000 vierkante meter tegels afgehakt, 11.000 vierkante meter vloerbedekking afgekrabd en 12.000 vierkante meter aan kastenwanden geschuurd. In mankracht omgerekend betekende dat dat we met 8 man sterk vier dagen lang fulltime aan het slopen zijn geweest.

Het huis inmiddels een bouwhelmverplichting en bouwhekken verwijderd van een officiële bouwplaats status. We hebben zelfs een Dixi in de tuin staan. Dixi’s zijn de reden waarom ik niet naar festivals ga (oh ja en de herrie en alle mensen enzo, maar toch). Dixi’s zijn mijn persoonlijke Upsite Down uit Stranger Things. Sterker nog, mijn Demogorgon zou de vorm van een Dixi hebben. Ik heb zoveel voor dat huis over, om er straks te mogen wonen, dat ik er – nadat ik de capaciteit van mijn blaas tot het uiterste heb getest – gebruik maak van een Dixi. Als dat geen liefde is dan weet ik het ook niet meer.


Vorige week is de renovatie eindelijk in de stroomversnelling gekomen die we zo hard nodig hebben om komende zomer te kunnen verhuizen. Al het glas wordt vervangen, net als de elektra, de kasten worden geverfd, de vloeren voorbereid voor vloerverwarming en zo kan ik nog duizend andere zaken noemen die in het Excel document staan die mijn Lief minutieus bijhoudt. Ik op mijn beurt heb mijn hoofd als een struisvogel in het zand gestoken wat betreft verhuizen of te halen planningen en hou mezelf bezig met zaken op micro niveau. Met Dixi’s bijvoorbeeld. Of met het in vaasjes zetten van de bosjes bloemen die Jet, iedere keer als ze bij het huis is geweest, voor me meeneemt. Of met aan haar uitleggen dat het huis nu geen wifi heeft en dat Netflix het straks echt zal doen als we er wonen. Ja, wij weten samen wel de hoofd- van de bijzaken te scheiden. Zij heeft met haar vier jaar echter een excuus. Ik helaas niet lang meer, als ik al ooit een excuus had voor mijn drang naar struisvogelgedrag.


Maar hier zijn dus beelden van ons casco huis. Omdat het straks zo leuk is om te zien hoe het van zijn grot-status is veranderd in een bewoonbaar huis. Hoe de nieuwe muur van de badkamer (we trokken het aparte toilet en de badkamer samen) straks zal opgaan in het doorgetrokken originele stucwerk. Hoeveel licht het nieuwe raam in de woonkamer gaat doorlaten. Hoe mooi de nieuwe tegels in de keuken gaan zijn samen met de gerestaureerde kobaltblauwe keukenkasten. Kortom, hoe we volgend jaar zullen lachen om dit tropenjaar en misschien zelfs weer een keer een avondje kunnen Netflixen op ons eigen wifi-netwerk. Niet dat ik klaag, hou me ten goede. Dit huis is het dubbel en dwars waard.

I love you Rietveld


Wat snel komt is goed, zeggen ze weleens. Zo ging het ook met het huis dat we kochten, al leek het er in eerste instantie niet op dat het van ons ging worden. Er waren te veel geïnteresseerden en erg veel zin in bieden met gesloten envelop hadden we niet.

Er zat echter voor al die geïnteresseerden een Grote Haak aan dit huis. Het is een gemeentemonument. Dat betekent dat het huis niet zomaar verbouwd of gerenoveerd mag worden zonder toestemming van de gemeente. En zo kwam het dat al die geïnteresseerden afhaakten. En dat wij, heel erg kort samengevat, afgelopen december, tegen alle verwachtingen en vooral die van onszelf in, de sleutel van ons nieuwe, 55 jaar oude huis kregen. (Het verklaart ook waarom je door de ruis de foto’s amper ziet, ik nam ze op een van de kortste dagen van het jaar. Maar dat terzijde.)


Het pand is ontworpen door J.J. Meulenbelt. Een leerling en later een compagnon van Rietveld. Het is de reden waarom het een monument is en waarom wij er halsoverkop verliefd op werden.

Want zoals een bank van Artifort heeft dit huis de tand des tijds doorstaan. Het oogt modern, al is het al in 1963 gebouwd. Over ieder detail van het huis is nagedacht. De voormalige eigenaresse vatte in een notendop samen hoe ver dat ging: “Ik had mooie bloementegels uitgezocht voor de keuken, maar die kwamen er niet in. Ik kreeg witte tegels op de wand en grijze op de vloer.” Alleen de bouwtekeningen die zij uit haar archieven viste zijn al een feest om te bekijken. Ze vormen een schat aan informatie over de geschiedenis van het huis en over het minutieus uitgevoerde ontwerpproces.


Meulenbelt huldigde het typische Rietveld principe van de weelde van eenvoud (geen frivole bloementegeltjes dus, maar simpel wit en grijs). Het is precies de staat waarin wij het huis zullen houden. Het moet verduurzaamd en opgefrist worden, maar wel volgens de sobere principes van Rietveld. De keuken bijvoorbeeld (die in massief hout is uitgevoerd, dan kan dat ook) gaan we restaureren. We zullen er de gemakken van onze tijd in verwerken, maar het zal wel een typische Rietveldkeuken blijven.


Want wat betekent zo’n monumentstatus van een woning nu precies? Het houdt vooral in dat bepaalde stijlelementen van het pand niet aangetast of verwijderd mogen worden. De gevel (dat met zijn gekleurde blokken bijna aan een Mondriaan schilderij doet denken) moet blijven zoals hij is. Er zit een typische ‘De Stijl’ haard in het huis, een Rietveld keukenkastwand (met doorgeefluik!) en een spiltrap. De ronde mat in de hal, ook een typisch stijlelement, zorgde ervoor dat ik er wilde wonen zodra ik een voet over de drempel zette.

Maar goed, die monumentstatus dus. Willen we het huis verduurzamen en moderniseren, dan kan dat, maar in nauw overleg met de gemeente. En met behoud van voornoemde elementen. Dat is voor ons gelukkig allemaal geen probleem, want juist die details maken het huis nu juist zo uniek.


Als je het leuk vindt om meer te lezen over Rietveldhuizen en De Stijl (wij zijn inmiddels een soort amateur-experts, als er al zoiets bestaat), dan is het splinternieuwe boek ‘Gerrit Rietveld – Weelde van de Eenvoud’ van Arjan Bronkhorst een enorme aanrader. De Stijl (het tijdschrift dat Gerrit Rietveld onder andere met Piet Mondriaan uitgaf) heeft overigens ook enorme invloed gehad op het Bauhaus (de Duitse school uit de voormalige Weimarrepubliek die in 1933 door de Nazi’s gesloten werd), dat dit jaar zijn honderdjarig bestaan viert en waar een tentoonstelling over loopt in het Boijmans Van Beuningen. De titel van deze blogpost (I love you Rietveld) is tevens de titel van het pas verschenen boek dat Jessica van Geel schreef over de (geheime) liefde tussen Gerrit Rietveld en Truus Schröder. (Zelfs qua relaties hield de man er een moderne kijk op zaken op na. Wat het niet minder pijnlijk maakt, trouwens.)

Hoe dan ook, ik kan inmiddels zelf een boek vullen over dit onderwerp. Daarbij sluipen er, en dat is misschien nog wel het meest verrassend van alles als je mijn stijl een beetje kent, steeds meer objecten in primaire kleuren ons huidige huis in. En dan is dit nog maar het begin!

Last Christmas


Het klinkt ons nog steeds bizar in de oren, maar dit is toch echt de laatste keer dat we kerst in dit huis vieren. We kochten namelijk een huis. Een traject dat even spannend was als de snelheid waarin het zich voltrok, want sinds een kleine week hebben we er de sleutel al van in ons bezit (dat klinkt alsof we hem hebben afgepakt van de vorige bewoner, maar we zijn er echt eerst netjes voor bij de notaris geweest). Het traject ging zó snel, dat ik amper tijd heb gehad om het te delen. Dus als je denkt: heb ik iets gemist? (Áls je dat al denkt, ik maak me op dat vlak geen illusies ;-D) Nee dus. Zo snel is het gewoon gegaan. 

Ons nieuwe huis is niet minder dan een droom die uitkomt. Een droom die ik en mijn Lief al hebben zolang we samen zijn. Het is nog steeds zo onwerkelijk dat we daarheen gaan verhuizen (komende zomer is de planning), dat ik nog steeds denk dat er elk moment iemand aan kan bellen met de mededeling dat het nu wel klaar is met dromen en dat het tijd is terug te keren naar de werkelijkheid. Dat gevoel zal nog wel even blijven. En het geeft aan waarom deze tekst in zo’n rap tempo zo ondraaglijk zoetzappig aan het worden is.

In het nieuwe jaar wil ik jullie alles over dat nieuwe huis vertellen. Het is namelijk een monument én het is ontworpen door een leerling van Rietveld. Het pand moet helemaal verduurzaamd en gemoderniseerd worden, met behoud van al die prachtige Rietveld details. In dat kader voorspel ik dat er de komende maanden blogposts zullen verschijnen die een stuk minder zoetsappig en cliché zullen zijn dan deze. Dus mocht je hier nog terug willen komen: je zal ruimschoots gecompenseerd worden voor het doorakkeren van deze blogpost.


Tot die tijd, op de valreep voor kerst, de kerstversiering in ons huidige, lieve lieve huis. Want al komt er een droom uit, dit huis was en is dat net zo goed. In dit huis werden we een gezin, woonden we samen met en namen we afscheid van onze Molly (ach, lieve kleine Molly) en durfden we amper te dromen over de droom die nu uitkomt.
Fijne feestdagen, lieve allemaal.

De kerstlichtjes en het kerstdorp (onderste drie foto’s) maakte ik voor vtwonen.nl. Je kan via de links lezen hoe je ze zelf maakt!
Meer kerst (ook op Instagram via #itsgoingtobelegenmerry):
Kerst 2017
Kerst 2016
Addams Family – kerstinspiratie voor niet-traditionele types
Een vintage houten kerstster in een nieuwe jas
Papieren 3D sterren

Rush hour


Toen mijn Lief en ik gisteravond laat (het was mijn verjaardag, maar ziektekiemen hebben daar nooit zo’n boodschap aan) was nummer vijf van die dag stonden te verwerken, zei ik: “mán, wat een dag.” Waarop mijn Lief zei: “Tja, dit is het spitsuur van ons leven.” Boy, is he right.

Ik vierde mijn verjaardag en ondertussen vierde een virus een feestje in onze baby, die daarom een dag lang geen voedsel binnenhield. Wat de hoeveelheden was verklaart die wij daar op zolder stonden weg te wassen en waarom mijn verjaardag eindigde op de huisartsenpost, omdat die baby met de minuut pipser en stiller werd. (En geloof me, als Cato stopt met herrie maken, dan is er stront aan de knikker.) Het tij viel gelukkig vrij gemakkelijk te keren en inmiddels is ze aan de beterende hand, maar van zulke dagen wordt een mens (in dit geval letterlijk) een jaar ouder.


Niet dat mijn verjaardag een compleet fiasco was, hoor. (Gesteld dat je je daar zorgen om maakt.) Mijn moeder vond als cadeau het prachtige kapspiegeltje bij de kringloop. Hij is in perfecte vintage conditie, een beetje zoals ik, als je erover nadenkt. En ik at twee stukken taart, want dat mag als je jarig bent, nondeju.

En ach, omdat ik tegenwoordig toch al nergens tijd voor lijk te hebben (door voornoemd spitsuur, want ook zonder zieke kinderen is het leven met een gezin en werk -want een mens heeft ook nog ambities, wat een ellende is dat- vol), besloot ik zelfs dus een nieuwe blogpost over mijn verjaardag te maken. Als een goed voornemen voor mijn nieuwe levensjaar. (De garantie hiervoor loopt tot het eind van deze tekst, maar het is hoe dan ook een voornemen.)


Gezien het voornoemde is het maar goed dat het bezoeken van kringlopen deel uitmaakt van mijn werk. Mijn verzameling vintage gekleurd glas is een stille getuige van de bezoekjes die ik de afgelopen maanden aflegde. Ik schrijf nog steeds over vintage styling voor vtwonen.nl, dus als je wil zien wat ik zoal ons hol in sleepte, kijk dan even hier!

En dan tot slot, gewoon omdat het kan, een foto van de Japanse acer die ik van Anki adopteerde en wiens blad momenteel een schitterende kleur rood kleurt. Dan ben je echt officieel oud nietwaar, als zoiets je al met geluk vervult. Nog even en mijn kinderen kunnen geraniums halen voor mij om achter te zitten.

Waarom je beter niet op vakantie kunt gaan


Soms, als ik in een erg kniesorige stemming ben, dan bekruipt me het gevoel dat je gewoon maar beter helemaal niet op vakantie kunt gaan. Voordat je weggaat is je to-do lijst namelijk zó lang dat je na het afronden ervan nog serieuzer aan vakantie toe bent dan je al was. En dan moet het feest van het inpakken nog beginnen. Vervolgens blijft bij thuiskomst de kater, dat omgekeerde gevoel van heimwee, minstens een week hangen. (En als het écht uit de klauwen escaleert, dan zit ik drie weken daarna nog door de vakantiefoto’s op mijn telefoon te scrollen met All by myself van Céline Dion op de achtergrond.) Het was een typisch geval van huilend naar huis dit jaar. 



We gingen naar Noord-Jutland in Denemarken. Omdat we niet te lang wilden rijden met ons 5-maanden-oude-Catootje. Dat van die kortere reistijd hadden we trouwens vrij slecht ingeschat, want Noord-Jutland is best groot en best ver rijden. Maar we hadden geen files. En door het onchristelijke tijdstip waarop we vertrokken kwamen we ook nog eens voor het donker op onze plaats van bestemming aan. En dat met twee kinderen op sleeptouw. Waarvan er één maar een beetje morrelde *) en de ander de hele rit lang verdiept was in haar Disney puzzelboek.

*) Want helaas zijn Maxi-Cosi’s **) zeg maar niet echt Cato’s ding. Stel je eens voor dat je in een auto zit met een baby die keihard huilt en dat dan de vierjarige die ernaast zit opkijkt uit haar boek en zegt: “mamma? Cato huilt.” Rainman is er niks bij.

**) Want wie verzon die naam? Er is niets maximaal knus aan die stoeltjes. Tenzij je baby een slangenmens is en opgevouwen in een koffer nog lekker ligt, is een Maxi-Cosi eerder een naughty chair dan een comfortabel stoeltje om je baby in te vervoeren.


Het weer daar in het noorden was fantastisch. Niet warmer dan 25 graden, eerder een graad of 20. Wat voor kouwelijke mensen misschien klinkt als een vakantie achter de muur uit GOT’s Westeros, maar wat voor mij de perfecte temperatuur is. In Denemarken hebben bestemmingen daarbij namen zoals Lolland, Skibby, Toftum of Skir (oh wacht, dat was slang voor oud, heb ik me pas laten vertellen) en als de plaatsnaam al zegt dat het er tof is of dat je er lol gaat maken, dan ben ik direct verkocht. Daarbij is het in Denemarken celestijns rustig en heb je bijna letterlijk op iedere straathoek een kringloop. Het kan gewoon niet op.


Eén van de hoogtepunten van deze vakantie was, naast het plunderen van meerdere kringlopen, een bezoek aan Kunsten, het museum voor moderne kunst in Aalborg. Het gebouw is ontworpen door Alvar Aalto (dat alleen maakt het museum al een bezoek waard) en het is één van de mooiste musea die ik tot nu toe bezocht. Door het gebouw, door de opzet van de exposities en door de grote hal (zie onder), die enorm indruk op me maakte. Het museum is relatief klein en dat is prima. Je hebt daarom de tijd om bijvoorbeeld in het restaurant een caesar salade te eten die zo fantastisch lekker is dat je voor de rest van je leven op dat vlak bent verpest.



Ik bezocht in Kunsten ook de expositie van de Finse Kaarina Kaikkonen. Ze exposeerde onder andere met het enorme kunstwerk van wc-papier dat je hieronder rechts ziet. Als je zoiets prachtigs van zoiets banaals kunt maken, dan ben je in mijn ogen een genie. (Al moet ik ook zeggen dat dat kunstwerk ergens diep van binnen het gevoel opriep dat vergelijkbaar is met dat van een hondje dat een berg herfstbladeren ziet. Of van een peuter die een blokkentoren omgooit. Ken je dat? Of ben ik de enige die dat soort gekke, destructieve gedachten heeft bij de aanblik van zoiets fragiels? Gelukkig liep er een hele strenge suppoost rond. En hebben mijn ouders me goed opgevoed.)



En zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Maar dat zou super irritant zijn, dus dat doe ik niet. Het was leuk, het was goed, de baby stopte met huilen, de zon scheen en we huppelden naar een goudomrande Deense horizon. Bijna letterlijk. Dus ondanks de kater bij thuiskomst vermoed ik dat we dit volgend jaar, bij leven en welzijn, toch weer gaan doen.