Berichten

Last Christmas


Het klinkt ons nog steeds bizar in de oren, maar dit is toch echt de laatste keer dat we kerst in dit huis vieren. We kochten namelijk een huis. Een traject dat even spannend was als de snelheid waarin het zich voltrok, want sinds een kleine week hebben we er de sleutel al van in ons bezit (dat klinkt alsof we hem hebben afgepakt van de vorige bewoner, maar we zijn er echt eerst netjes voor bij de notaris geweest). Het traject ging zó snel, dat ik amper tijd heb gehad om het te delen. Dus als je denkt: heb ik iets gemist? (Áls je dat al denkt, ik maak me op dat vlak geen illusies ;-D) Nee dus. Zo snel is het gewoon gegaan. 

Ons nieuwe huis is niet minder dan een droom die uitkomt. Een droom die ik en mijn Lief al hebben zolang we samen zijn. Het is nog steeds zo onwerkelijk dat we daarheen gaan verhuizen (komende zomer is de planning), dat ik nog steeds denk dat er elk moment iemand aan kan bellen met de mededeling dat het nu wel klaar is met dromen en dat het tijd is terug te keren naar de werkelijkheid. Dat gevoel zal nog wel even blijven. En het geeft aan waarom deze tekst in zo’n rap tempo zo ondraaglijk zoetzappig aan het worden is.

In het nieuwe jaar wil ik jullie alles over dat nieuwe huis vertellen. Het is namelijk een monument én het is ontworpen door een leerling van Rietveld. Het pand moet helemaal verduurzaamd en gemoderniseerd worden, met behoud van al die prachtige Rietveld details. In dat kader voorspel ik dat er de komende maanden blogposts zullen verschijnen die een stuk minder zoetsappig en cliché zullen zijn dan deze. Dus mocht je hier nog terug willen komen: je zal ruimschoots gecompenseerd worden voor het doorakkeren van deze blogpost.


Tot die tijd, op de valreep voor kerst, de kerstversiering in ons huidige, lieve lieve huis. Want al komt er een droom uit, dit huis was en is dat net zo goed. In dit huis werden we een gezin, woonden we samen met en namen we afscheid van onze Molly (ach, lieve kleine Molly) en durfden we amper te dromen over de droom die nu uitkomt.
Fijne feestdagen, lieve allemaal.

De kerstlichtjes en het kerstdorp (onderste drie foto’s) maakte ik voor vtwonen.nl. Je kan via de links lezen hoe je ze zelf maakt!
Meer kerst (ook op Instagram via #itsgoingtobelegenmerry):
Kerst 2017
Kerst 2016
Addams Family – kerstinspiratie voor niet-traditionele types
Een vintage houten kerstster in een nieuwe jas
Papieren 3D sterren

Franje


Tja, ik weet zelf soms ook niet waarom ik op een bepaald voorwerp in de kringloop val. Dit lampje is er een voorbeeld van. Misschien nam ik hem wel mee omdat ik werkelijk nog nooit zoiets ben tegengekomen in de kringloop. En omdat ik dacht wat ik heel vaak denk: “Oh leuk, hij kan uit elkaar, dus dat voetje kan ik gemakkelijk verven!” (9 van de 10 keer blijft het bij die gedachte. Eenzelfde mechanisme treedt in werking bij bloempotten. Als ik alle bloempotten die ik ooit bij de kringloop kocht daadwerkelijk zou vullen met kamerplanten, kon ik een tuincentrum beginnen.)

Maar goed, ik nam dit lelijke lampje dus mee naar huis (Captain Obvious hier), haalde hem uit elkaar, schuurde het voetje en verfde het ook direct. Ik vond zelfs nog een stuk strijkijzersnoer waarmee ik het oude elektriciteitssnoer vervangen kon.

So far so good zou je denken. Ik was al veel verder gekomen dan die ene gedachte (of beter gezegd: die drogreden die ervoor heeft gezorgd dat onze garage tot de nok toe is gevuld met half afgemaakte opknapprojecten).


Maar toen moest er een kapje op dat lampje komen. Nu liggen er genoeg lampenkappen bij de kringloop, maar ze zijn meestal behoorlijk lelijk of behoorlijk popperig. Of allebei. Dus stagneerde mijn project. Of, nou ja…stagneren, stagneren… Wat volgde waren urenlange zoektochten op Marktplaats naar het perfecte lampenkapje voor mijn lelijke lampvoetje, waarbij ik iedere keer weer tot de conclusie kwam dat het laten opsturen van een lampenkap nogal een dure aangelegenheid ging worden als je in acht nam dat ik voor de rest van het lampje slechts een euro betaalde.


Maar uiteindelijk vond ik een kapje. Bij de kringloop nog wel. En daarmee begon afronding van dit project zowaar in zicht te komen. Toch vond ik, toen het hele spulletje weer in elkaar zat, dat er iets ontbrak.

Franje.

Ja. Er moest franje langs dat kapje. Na mijn twee zwangerschappen mag het een godswonder heten dat ik deze brainwave kreeg én dat hij ook nog eens bleef hangen. Op fournituren4fun (daar mag je alleen iets kopen als je lol gaat maken, denk ik, ofzo?) vond ik franjes in alle soorten en maten. Je bevestigt het heel gemakkelijk aan een lampenkap met een beetje textiellijm. Kind kan de was doen.

Ik word erg blij als ik er nu naar mijn lelijke lampje kijk. Het ding levert zelfs een prachtige tegeltjeswijsheid op. Het leven is namelijk als een lelijk lampje. Je moet er zelf de franje aan vastlijmen.

Ik dacht: weer eens wat anders.


Er is een hele oude ijs reclame over een kantine dame die de euvele moed heeft om tijdens de lunch vlaflip te serveren in plaats van het ijs dat het bedrijf waar ze werkt produceert. Als de directeur daarop reageert met: “Vlaflip?!”, dan zegt die dame: “Ja! Ik dacht weer eens iets anders.” Waarop ze ‘gepromoveerd’ wordt tot wc-juffrouw. Nou ja, het is allemaal heel zielig en ook bijzonder grappig en ik moet steeds aan die ene zin denken als ik nu langs deze muur in de hal loop. 

De muur in de hal is echt heel erg lang mintgroen geweest, dezelfde kleur die op de muur in de kamer van Jet zit. Ik combineerde hem in 2015 met kleur van het jaar okergoud van Flexa, waarmee de hal er min of meer uit kwam te zien als een ijssalon. Ik hou van ijs (en niet eens door die bewuste reclame!), dus kwam dat even mooi uit. Na ruim twee jaar ijssalon was het echter weer eens tijd voor iets nieuws. En viel dat even goed samen met de bekendmaking van de kleur van het jaar door Flexa. Die kleur heet Heart Wood en is – laat ik daar ook eerlijk over zijn – net zo ongrijpbaar als okergoud. Het is geen roze, geen paars, geen taupe…het houdt meer het midden tussen al die kleuren.


Flexa heeft, om je te helpen visualiseren hoe een bepaalde kleur op een muur werkt, de Flexa Visualizer app ontwikkeld. De app projecteert de kleuren uit hun collectie op je beeldscherm waarmee je kunt zien wat het effect ervan zou kunnen zijn. Ik zeg ‘kunnen zijn’, want ook dit effect is weer geheel afhankelijk van de lichtomstandigheden waaronder je dit doet. Onze hal is, afhankelijk van het seizoen en het moment van de dag, donker, licht of – tijdens de zomer – extreem licht, dit geldt dus óók voor de wijze waarop de kleur op die muur uitpakt. De app kan je dus helpen, maar test ook hier op verschillende momenten van de dag. Die app maakt een verfproject hoe dan ook minder zenuwslopend en de kans op verfgeluk groter dan wanneer je maar gewoon op de bonnefooi een muur verft en kijkt hoe het uitpakt.


Maar, Heart Wood dus. Ik ben het laatste jaar ontzettend van het bordeaux/taupe/roze-achtige palet gaan houden, zéker gecombineerd met pastels en die andere liefde van mij: donkergroen. Ik wilde Heart Wood dus combineren met een groen, het liefst een hele donkere (kleurnummer M4.28.19 uit de ColourFutures 2018 collectie). Vind je het nu moeilijk om kleuren te combineren (ik vind dat ook nog altijd lastig), kijk dan eens in tijdschriften of koop een mooie kaart met een kleurencombinatie die je mooi vindt. Ik gebruikte als uitgangspunt voor het palet van onze hal een flyer die ik van het laatste Snor Festival meenam. Je kan ook beeld van internet gebruiken, hou er alleen wel rekening mee dat kleuren enorm verschillen per beeldscherm. Op de kleuren van drukwerk kun je wat gemakkelijker vertrouwen. En anders zijn er altijd nog die oude vertrouwde kleurstalen van de bouwmarkt (als je bestand bent tegen keuzestress) én heeft Flexa van een aantal kleuren uit de collectie kleurtesters (zie foto boven) ontwikkeld.


Hoeveel ik ook van mijn ijssalonnetje hield, die muur oogt prettig rustig. Ik vind het resultaat daarbij fijn anders. Dat is blijkbaar iets waar ik aan toe was, iets rustigs anders-dan-anders. Jammer alleen dat de verf tijdens het verven tussen de tape is gelopen, dus de randjes van het verfwerk zijn nu net zo scheef als het kastje dat ervoor hangt. Daar moesten ze nu ook eens iets voor bedenken (niet voor scheve kastjes, daarvoor hebben ze immers waterpassen uitgevonden die blijkbaar zoek was ten tijde van het ophangen). Die scheve randjes ga ik gewoon lekker negeren. Geluk is namelijk nooit compleet. Ook verfgeluk niet. Al komt het er wel in de buurt!

Een bilaterale…plantenbak


Lang, lang…heel lang geleden volgde ik een secretaresseopleiding bij Schoevers. Niemand die me nog gelooft, mijzelf incluis. Maar, waargebeurd. Er is zelfs beeld (en misschien ook wel geluid) van. 

Op Schoevers moest ik een vak volgen dat post- en archiefbeheer heette. Toen ik dit vak op mijn rooster zag staan, besloot ik direct dat ik het een onzinnig vak vond. Want wat valt er te leren aan post- en archiefbeheer? (Als je zo’n chaotisch brein hebt als ik, best veel…maar helaas maakte ik alsnog een potje van mijn archieven. Ik denk dat er nog steeds secretaresses rondlopen die mij vervloeken als ze iets moeten opzoeken in een ooit door mij aangelegd archief. Toen er ontslagen moesten vallen, was het niet heel gek dat de keuze op mij viel, zullen we maar zeggen.)


Maar goed, ik kan na ruim 12 jaar doorgebracht te hebben op secretariaten (of slangenkuilen, zoals ik ze placht te noemen) drie conclusies trekken. Eén: ieder bedrijf hanteert een andere afhandeling van post, dus die ene methode die ik op Schoevers leerde kon ik direct weer vergeten. Twee: de digitale revolutie volgde daar zo snel op, dat er amper nog post te beheren viel. (Tenzij de directeur van snail mail zijn hobby maakte, maar die trend volgde helaas pas ver na mijn ontslag – dat had ik wel mee willen maken.) Drie: van archiefbeheer is door mijn niet-archiverende brein, niets gearchiveerd. Vandaar ook die (gerede) angst dat er nog eens een meute woedende secretaresses met brandende fakkels en pikhouwelen bij me op de stoep zal staan.

Thrifted an old filing cabinet that reminded me of my The Office years (literally – I wasn’t a very happy secretary and when I got bored I tended to misbehave to cheer things up a bit. It’s no wonder I got fired when the company needed to let people go due to the crisis). I turned it into a planter for my huge ass Monstera (which I first kept in a vintage laundry basket) and spruced it up with (removable) wall stickers from Made of Sundays


Eén (vrij nutteloos) aspect van voornoemd vak is echter om raadselachtige reden wél blijven hangen. Het is de term ‘bilateraal ophangsysteem’. Een bilateraal ophangsysteem is zo’n systeem met van die kartonnen hangmappen die met van die aan weerszijden bevestigde haakjes in een archiefkast gehangen kunnen worden. Bij een te zware belasting hebben die haakjes de neiging om om te buigen met als gevolg dat het hele dossier naar beneden komt zetten. Als rechtgeaarde secretaresse was ik te lui om regelmatig een nieuwe hangmap aan te maken, wat resulteerde in een dagelijks potje Djenga met mijn archieven waarbij ik probeerde zoveel mogelijk papier in een map te proppen zonder dat het zou vallen. Dat was ook direct het meest sensationele wat ik meemaakte op een gemiddelde dag. (Naast het feit dat de tijd terug leek te lopen in plaats van vooruit…maar niemand die dat van me aan wil nemen.)


Dit is allemaal lang geleden. Dat moet tenminste de verklaring zijn waarom ik in eerste instantie dacht dat dit metalen kastje een poppenbedje was. Nou ja, ik werd ook op het verkeerde been gezet, want de kringloop had er poppen en beren ingezet. Maar dit is dus een echt ouderwets bilateraal ophangsysteem, mensen. Ik besloot het geval mee te slepen naar mijn hol, omdat ik er wel iets in zag. Een poppenbedje. Of een plantenbak. Een boekenkastje. Mogelijkheden te over.

Mijn monsterachtig grote Monstera (hier nog in een vintage wasmand op vtwonen.nl) bleek perfect in mijn archiefkastje te passen. Het werd dus een plantenbak. Op het kastje plakte ik muurstickers van Made of Sundays.

Kijk, ik ben nooit geschikt geweest voor een leven op kantoor. Zelfs na al die jaren zet ik nog steeds liever planten in een kantoorkast dan dat ik het voor dossiers gebruik. Gesteld dat ik een schoolvoorbeeld van een administratie zou hebben om erin te hangen natuurlijk.

De prijs voor eigenwijs zijn


Jaren geleden plantte ik onze voortuin vol met hortensia’s. Sindsdien worden wij vanaf de vroege zomer tot ver in het najaar bij thuiskomst begroet door een kleurexplosie van blauw, groen, roze en paars in iedere denkbare schakering. Die hortensia’s zijn echter ook altijd een bron van zorg. In feite staan ze het hele jaar door op een schaduwrijke plek, die helaas alleen bloedheet wordt als ze gaan bloeien en veel (veel!) water nodig hebben. Ik ben niet alleen een rommelige tuinman (planten doen in onze tuin eigenlijk precies waar ze zelf zin in hebben, net als die woelrat die er momenteel huist), maar ook een hele eigenwijze. Hortensia’s moeten juist in de zomer op een schaduwrijke plek staan. Iedere bloedhete zomer sta ik dus avond aan avond mijn hortensia’s te sproeien, ze onderwijl peptalk gevend en hopend op een regenbui…of drie.

Ik krijg, kortom, ieder jaar weer de rekening gepresenteerd voor mijn eigenwijze tuingedrag. Er is zelfs een zomer geweest waar wij op vakantie waren en onze buren onze levensmoede hortensia’s niet langer konden aanzien en ze water gaven tot we weer terug waren. (Waarop onze buurvrouw droogjes opmerkte: “Ik zei nog tegen mijn man: “Ach, zolang wij onze kopjes maar niet laten hangen, dan komt het allemaal nog wel goed”. Hilarisch.)

Ja, die hortensia’s van ons houden de gemoederen lekker bezig.

De zomer van 2017 blijkt een grandioos jaar te zijn voor hortensia’s. (Ook voor mij trouwens, want ik ben geen warmteliefhebber. Wat misschien mijn liefde voor die plant wel verklaart.) Ze staan er niet alleen schitterend bij, het verkleuren van hun blaadjes lijkt zelfs nog even uitgesteld te worden door het gebrek aan fel zonlicht en alle regen. Ik moest zelfs moeite doen om een al verkleurde knop hortensia te vinden voor de krans met pruikenboomtakken die ik voor deze blogpost wilde maken. (Ik schreef vorig jaar trouwens deze blogpost over spectaculaire wijze waarop hortensia’s verkleuren.) De zogenaamde ‘doorgekleurde’ blaadjesbollen hebben namelijk de prettige eigenschap dat ze indrogen en niet meer verwelken. Je kan ze om die reden prima in een krans verwerken.


Hoe je deze krans maakt? Dat is echt super simpel. Ik gebruikte een borduurring, twee takken van de pruikenboom (de Royal Purple), hortensia en een tak van één of ander opvulgroentje met bolletjes (ik weet niet of je bij de bloemist ver komt met die beschrijving, maar je kan het allicht proberen). Ik bond ze aan de borduurring vast met gekleurd binddraad (o.a. via Action). Kind kan de was doen. Of beter gezegd: het is zo simpel als het planten van hortensia’s op een totaal verkeerde plek. Maar dat bekt dan weer een stuk minder lekker.

Some words on the hydrangeas I planted in my front garden years ago (which wasn’t the best move since that part of the garden gets a lot of heat during summer – right about the time hydrangeas start to bloom and need a lot of water). This year’s wet summer is perfect for them though, they’re looking prettier than ever. I enlisted my blogposts about my favourite flowers below!

For this blogpost I created a wreath with hydrangeas, purple Venetian Sumac and a branch of some cute green whose name I can’t recall (yeah I know, that’s helpful). I simply tied the branches to an embroidery loop with thin binding wire. The nice thing about hydrangeas is that once their crowns start to decolor, their leaves don’t wither anymore but dry out, which makes them perfect for a wreath. Easy as pie!


Meer bloemenposts zien/lezen? Hieronder een rijtje!
Want more?
Pioen 2
Pioen 1
Hortensia
Dahlia
Lisianthus
Amaryllis
Tulp
Ranonkel

Ik maakte deze blogpost in samenwerking met Mooiwatbloemendoen.nl.